Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor november, 2010

Spruitjes en bont

‘Het is vandaag de dag van de spruitjes’, zegt mijn Chinese groenteboer. ‘Iedereen eet spruitjes.’ De groene knollen liggen ook in mijn plastic mandje, en het was me al opgevallen dat de kist waaruit ik ze viste bijna leeg was. ‘Dat komt natuurlijk door het weer’, antwoord ik, want ook in Parijs is het belachelijk koud voor eind november. Er is behoefte aan stevige kost.

chouDe groenteboer lijkt zelf niet zo’n liefhebber. Ik vertel hem dat een van mijn kinderen helemaal niet van spruitjes houdt, en hij kijkt me aan alsof dat volkomen logisch is – natuurlijk lust die geen spruitjes. Zelfs niet als ze des choux de Bruxelles heten. Kolen uit Brussel. Het zijn dan misschien geen spruitjes, maar ze smaken hetzelfde. Voorlopig liggen ze in de koelkast te wachten op de dag dat er geen kinderen mee-eten.

Spruitjesdag. Zelf had ik eerder gedacht dat het vandaag bontdag was. Van alle kanten gleden de bontjassen voorbij. Oude en nieuwe. Gedragen door dames op leeftijd, door twintigers, ik zag zelfs een man in een lang dierenvel-  antiek modelletje, misschien nog van zijn moeder geweest. Eigenlijk zijn dat de mooiste, de erfstukken, die van generatie op generatie overgaan.

En die zijn ook het meest verantwoord. Want die mantels zijn er nu eenmaal, daarvan zou je kunnen verkopen dat ze gemaakt zijn in een tijdperk dat bont nog niet fout was. En onverslijtbaar. Zonde om weg te gooien, want dan zijn die dieren helemaal voor niks doodgemaakt.

Er wordt in Frankrijk niet zo over bont gediscussieerd. En in Nederland zijn de normen nogal verschoven, zo las ik pas in de krant, de tijd dat bontdragers daar werden bedreigd door demonstranten met verfkwasten schijnt voorbij te zijn. Half Nederland, net als half Frankrijk, loopt tegenwoordig met een randje bont op zijn capuchon – nep of echt.

Ik ook. Ik moet het eerlijk toegeven. Vorige winter was het zo koud dat ik maar één ding wilde: een echt warme winterjas. Ik vond er één in de uitverkoop bij A.P.C. Met bontkraag dus. Waarvan me, nadat ik hem had geaaid, meteen duidelijk werd dat die van een dier afkomstig is. Ik vroeg nog aan de verkoopster waarvan hij gemaakt was. Ze keek me verwonderd aan. Haar antwoord (renard) kon me er niet van weerhouden de jas te kopen. Het zou nooit in mijn hoofd opkomen een bontjas te kopen. Kennelijk ligt er een grens bij zo’n randje – gevaarlijk, vreemd en hypocriet. In Parijs durf ik mijn jas wel te dragen. Maar ik schaam me toch een beetje.

Lees het hele bericht »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.